Motor

Uitlaat en geluidseisen

Een sportuitlaat mag harder klinken dan de standaard, maar niet onbeperkt. De grens staat voor elke auto in het kentekenregister.

2 min lezenBijgewerkt 24 september 2026

De grens: het standgeluid

Bij de typegoedkeuring wordt voor elke auto een standgeluid gemeten: het geluidsniveau vlak bij de uitlaat bij een vast toerental, met de auto stilstaand. Die waarde staat met het bijbehorende toerental in het kentekenregister. Volgens het APK-handboek mag een personenauto bij de uitlaatmonding geen hoger geluidsniveau produceren dan die waarde plus 2 dB(A).

Staat er geen waarde in het register, dan geldt voor personenauto's tot 3500 kg een grens van 95 dB(A), gemeten bij 3500 toeren voor benzinemotoren en 2000 toeren voor diesels.

Hoe er gemeten wordt

OnderdeelVoorschrift
Plaats microfoon0,50 m van de uitlaatmonding, op uitlaathoogte en minstens 0,20 m boven het wegdek
HoekTussen 35 en 55 graden ten opzichte van de uitlaatrichting
MotorOp bedrijfstemperatuur
ToerentalVolgens het kentekenregister, daarna gas snel loslaten
Aantal metingenMinstens drie, onderling niet meer dan 2 dB(A) verschil; de hoogste telt
OmgevingBuiten, harde ondergrond, achtergrondgeluid minstens 10 dB(A) lager

Bij de APK is de controle in eerste instantie auditief: de keurmeester luistert. Bij twijfel wordt met een klasse 1-geluidsmeter gemeten.

Wat 2 dB(A) betekent

Decibels zijn logaritmisch. Plus 3 dB is een verdubbeling van de geluidsenergie; plus 10 dB wordt door het oor ervaren als ongeveer twee keer zo luid. De toegestane 2 dB is dus een kleine marge. Een uitlaat zonder middendemper of met een rechte doorlaat in de einddemper gaat daar bij de meeste auto's ruim overheen.

E-keur op een demper

Vervangende dempers voor personenauto's kunnen een Europese goedkeuring hebben volgens VN-reglement 59. Die is te herkennen aan een E-nummer op de demper. Zo'n demper is voor een bepaald type auto goedgekeurd en hoort dan binnen de geluidsgrenzen te blijven. Een E-nummer is geen vrijbrief: in combinatie met andere wijzigingen, zoals een downpipe of een verwijderde voordemper, kan de auto alsnog te luid zijn.

Kleppen en geluidsgeneratoren

Uitlaten met kleppen zijn afhankelijk van de stand van de klep luid of stil. Voor de meting geldt de situatie die bij het opgegeven toerental optreedt. Kleppen die handmatig open te zetten zijn, maken de auto niet gelijkwaardig aan een gekeurde uitvoering. Geluidsgeneratoren via de speakers vallen buiten de uitlaatmeting, maar worden wel als hinderlijk ervaren.

Gasdicht en veilig

  • Het uitlaatsysteem moet over de hele lengte gasdicht zijn, behalve afwateringsgaatjes.
  • Het laatste stuk van de uitlaat mag niet ontbreken; de gassen moeten veilig worden afgevoerd.
  • Een turbo en een EGR-klep horen bij het uitlaatsysteem en mogen niet lekken.
  • Het systeem moet deugdelijk bevestigd zijn.

Handhaving op straat

De politie kan een auto die te veel lawaai maakt staande houden en het standgeluid laten meten. Bij grote afwijkingen volgt een boete en soms een keuringsverplichting, zodat de auto pas weer de weg op mag nadat hij bij de RDW is goedgekeurd.